|
De
rechtspraak voor 1811
De rechtspraak speelde zich voor 1811 in
eerste instantie op lokaal niveau af. Deze lokale rechtsgebieden
varieerden sterk in omvang: van een kleine polder met enkele boerderijen
tot een aantal dorpen. De rechtspraak op plaatselijk niveau was meestal
in handen van een rechtbank bestaande uit een aantal inwoners van dat
rechtsgebied onder voorzitterschap van een ambtenaar of een van de
personen die uit de schepenen gekozen werd. De schepenbanken spraken
niet recht volgens een uniform systeem van rechtsregels, maar volgens
regels die van streek tot streek en zelfs van dorp tot dorp konden
verschillen. Ook de bevoegdheden waren niet voor alle schepenbanken
dezelfde.
De zaken waarin het gerecht mocht
beslissen "de competentie van het gerecht" verschilde van rechtsgebied
tot rechtsgebied. Het overheidsgezag dat uitgeoefend werd over een
bepaald gebied noemde men heerlijkheid. Wat de competentie betreft
maakte men hierbij vaak een onderscheid tussen hoge heerlijkheid en lage
heerlijkheid.
Tot de "hoge heerlijkheid" rekende men
meestal het recht om criminele zaken te behandelen, misstappen waaraan
vaak een lichaamsstraf verbonden was. Men spreekt in dit verband ook wel
van "halsmisdrijven": de meest vergaande lichaamsstraf was immers die
waarop de dood volgde. De aanwezigheid van een galgeveld of galgberg
symboliseerde dat een bepaald gerecht de hoge rechtsmacht bezat.
Tot de lage heerlijkheid behoorde de
rechtspraak over kleine vergrijpen, geschillen tussen burgers , ook wel
contentieuze rechtspraak, genoemd en vrijwillige rechtspraak. Tot de
vrijwillige rechtspraak, ook voluntaire jurisdictie genoemd, rekenen we
de akten die tegenwoordig door de notaris opgemaakt worden. Men stapte
uit eigen vrije wil naar het gerecht om daar een testament op te laten
maken, een boedelscheiding, verkoopakte, enzovoort.
De lokale gerechten bezaten alle in ieder
geval de lage rechtsmacht. In veel gewesten was over de uitspraken in
zaken betreffende de lager rechtsspraak hoger beroep mogelijk bij een
hoger rechtscollege.
De lokale gerechten bezaten lang niet
altijd de hoge rechtsmacht, vaak was deze in handen van een hoger
rechtscollege.
Over uitspraken in criminele zaken was
vaak geen hoger beroep mogelijk.
Het verhandelde op een rechtszitting werd
aangetekend op de "rol": het register van behandelde zaken. Ook de
criminele rechtspraak werd opgetekend in de "criminele rol". Soms vindt
men de verschillende processtukken opgeborgen in een procesdossier. Zo'n
dossier bevat bijvoorbeeld verklaringen "attestaties", ondervragingen "interrogaties",
bekentenissen "confessiën" en het vonnis "sententie".
Overgenomen uit het boek "van stamboom
tot familigeschiedenis" van de Stichting Teleac te Utrecht
ISBN 9065531530
De Rechtspraak in
criminele zaken
De gang van zaken bij een
civiel of crimineel proces was geheel anders dan bij een vrijwillige
rechtspraak. Er was geen sprake
van vrijwilligheid, maar van een geschil tussen twee burgers (civiel) of
de overheid en een wetsovertreder (crimineel). Het volgen van een proces
in de zogenaamde rol is meestal geen eenvoudige zaak. Vooral een civiel
proces kon zich over lange tijd uitstrekken, waardoor het geheel zeer
versnipperd in de rol is terechtgekomen. De ordinaire rechtdag voor
civiele zaken werd halverwege de zeventiende eeuw gewoonlijk iedere twee weken gehouden; criminele rechtsdagen konden veel vaker worden
gehouden al naar gelang de aanwezigheid van een zaak. Soms ook was er
maanden of jaren lang geen criminele zaak af te handelen. Diende er
recht gesproken te worden, dan was het niet ongewoon dat de drost
gedurende een korte periode de vierschaar bande.
Voor het einde van de zestiende eeuw was in strafzaken een andere
procedure gangbaar dan daarna. De oude manier van procederen vereiste de
aanwezigheid van twee partijen: de gekwetste partij enerzijds en de
dader van het misdrijf anderzijds. Als aanklager trad de gekwetste
partij op, niet de overheid. Beide partijen dienden zelf voor getuigen
te zorgen. Na de invoering van de criminele ordonnantiën in 1570 op last
van Filips II, ging het op de meeste plaatsen anders toe. Vanaf die tijd
nam de overheid het initiatief door en geding te beginnen tegen een
verdachte van een misdrijf. De overheid zorgde ook voor de nodige
getuigen.
Als de schout of drossaard iemand verdacht van een misdrijf, mocht hij,
na toestemming van de schepenbank, overgaan tot arrestatie. Die
toestemming was niet nodig als de overtreder op heterdaad betrapt werd.
De arrestant moest vervolgens binnen 24 uur verhoord worden. Dat verhoor
werd gehouden door schepen-commissarissen. Daarna kwam de zaak op de
criminele rol. Tijdens de behandeling werd de verdachte opnieuw door de
schepenbank ondervraagd (interogatiën) op punten die zowel door getuigen
als door de vervolgde partij werden aangedragen. In moeilijke zaken
placht men nogal eens het advies in te winnen van rechtsgeleerden van
buiten de schepenbank.
Als de verdachte bekende, of als de getuigenverklaringen geen grond voor
twijfel meer lieten, werd het vonnis uitgesproken. Als het ging om
misdrijven waarop de doodstraf stond, en de verdachte legde geen
bekentenis af, dan werd hij of zij blootgesteld aan tortuur of de
pijnbank. Een bekentenis, onder tortuur afgelegd, diende voor de
schepenbak herhaald te worden om rechtsgeldig te zijn. Trok men zijn
bekentenis weer in, dan was een tweede gang naar de pijnbank meestal
voldoende om alsnog een bekentenis los te krijgen. Bleef een bekentenis
uit, dan mocht de doodstraf niet uitgesproken worden.
In grote
lijnen verliep een criminele rechtszaak als volgt:
- aanspraak (eis) door de aanlegger
- antwoord van de verweerder
- repliek (of 'persistering') door de aanlegger
- dupliek door verweerder
- reprochen (poging tot weerlegging van de bewijzen/getuigen)
- salvatin (weerwoord op de reprochen)
- "sluiten in zaken" met verzoek om recht
- "furnissement van stukken": overleggen van alle (bewijs)stukken
- deducties (inleveren van de niet-openbare slotbetogen op schrift
- vragen van advies aan rechtsgeleerden door schepenen
- vonnis
Tussen de verschillende
stadia werd een zekere termijn in acht genomen. Door het indienen van
bezwaarschriften, beroepsmogelijkheden en dergelijke kon een proces
jarenlang worden gerekt.
Glossarium van van oude rechtstermen
aanlegger = eiser
aanspraak = eis
adiudikatie = toewijzen, ten gunste van iemand beslissen
admediatie = toelaten, toestemmen, dulden
admitteren = toelaten
admodiatie = heffing van een verbruiksbelasting
admissie = toelating tot de uitoefening van een beroep of functie
aggreatie = toestemming
alinge = geheel
ampliatie = aanvulling van een verordening; aanvulling van een
inventaris of boedelbeschrijving
appel = beroep op een hogere rechter
appointement = beschikking, genoteerd in de kantlijn van een
verzoekschrift, rechtelijke beschikking op een verzoek of rekest
apprehenderen = arresteren
apprehensie = bevel
om iemand in hechtenis te nemen
approberen = goedkeuren
arbitrale
correctie = vervolging door een gerecht
arrest = beslaglegging op personen of goederen; als uitvoering van een
vonnis = of als middel tot bewaring van een recht
assumptie = toevoeging (bijvoorbeeld van een medevoogd)
attestant = getuige
attestatie = schriftelijke verklaring
= getuigenverklaring in de vorm van een vragenlijst
autorisatie = toestemming; machtiging =
machtiging van een instantie iets te doen waartoe men uit zichzelf in
rechte niet
bevoegd is
baljuw = zie drossaard
bannissement = verbanning
becroont
= beklaagd
besetting = beslaglegging van goederen (meestal door een schuldeiser)
beteren = schadeloos stellen
bezwaren = iemand beschuldigen; iemand verplichtingen opleggen
breukengericht = rechtelijke instantie voor overtredingen
broke, broeke = misdrijf
calis = zwerver
calisregister = register van vreemdelingen
capitaal delict = misdrijf waarop de doodstraf stond
calengieren = opeisen, in rechte vorderen; (minder vaak) beschuldigen
cautie = het stellen van zekerheid in persoon of goederen tot nakoming
van een verplichting
certificatie = schriftelijke verklaring
citatie = dagvaarding
civiele rol =
register van civiele zaken, dat bij elk gerecht door de griffier wordt
bijgehouden
compareren = verschijnen in een vergadering of rechtzaak
confessiën = bekentenissen
confinement = hechtenis
contraventeur = overtreder
criminele rol
= register van criminele zaken, dat bij elk gerecht door de griffier wordt
bijgehouden
culpabel = schuldig
dagement = dagvaarding
declaratie =
declaratoir = verklaring
decreet =
bevelsuitvaardiging
deductie = vertoogschrift =
geschrift waarin verhaal van de zaak wordt gedaan en waarbij de zaak met
redenen en middelen van recht wordt bevestigd
denunceren = aanwijzen, bekendmaken
deponent = getuige, iemand die een verklaring aflegt
ding = geding, rechtzaak; ook rechtbank
dingtaal = proces
dissolutie = ontbinding
drossaard =
plaatsvervanger van de heer van een gebied als voorzitter van de
schepenbank ook
wel schout, baljuw of stadhouder genoemd. Zijn voornaamste taak was handhaving
van de
openbare orde en de rechtspraak
dupliek = tweede verweer van de gedaagde, reactie op repliek van de eiser
edictale = citatie dagvaarding
exceptie
= uitzondering, verweermiddel voor het gerecht, bestaande in het
aanvoeren van een grond van niet ontvankelijkheid
exculpator = schuldvrijpleiter
exploit = aanzegging van een deurwaarder van een vonnis etcetera
exsecutie = uitvoering
extract =
uittreksel
forfait = misdaad
fugitief = voortvluchtig
furnissement
= uittreksel uit de criminele rol met een opsomming van de dagvaardingen
gearresteerd = vastgesteld
gesnor = gespuis
glossen = verklarende aantekeningen
heerlijkheid =
het overheidsgezag dat uitgeoefend werd over een bepaald gebied
hoge heerlijkheid =
onder andere het recht om criminele zaken te behandelen, misstappen
waaraan
vaak een lichaamsstraf verbonden was, ook wel halsmisdrijven genoemd
hoofdgeld = hoofdsom, kapitaal
impetrant = degene die een eis of verzoek rechterlijk krijgt toegewezen;
eiser
incarceratie
= in hechtenisneming
ignorantie = onbekendheid, onwetendheid
indecis = onbepaald
indignatie = ongenade
informatie preparatoir = voorbereidend onderzoek
infractie = overtreding
injurie = onrecht
inpetreren = verkrijgen
insinuatie = gerechtelijke aanzegging
intendit = eis, strafvordering
interdictie = gerechtelijk verbod
interlocutoir = vonnis tussentijds vonnis
interrogatie = interrogatorium = gerechtelijke afvraging; lijst van vraagpunten om de
tegenpartij te horen
Interrogatoriënboeken =
bevatten aan gevangen afgenomen verhoren
keuren = verordeningen
lage heerlijkheid =
onder anderen de rechtspraak over kleine zaken
legaat = beschikking in een testament dat sommige goederen of geldsommen
aan bepaalde personen of instellingen worden toegekend.
liquidatie = afwikkeling
memorie = geschrift waarin de feiten op juridische gronden worden
beoordeeld
mandement = bevelschrift
memorie = geschreven stuk waarin bepaalde zaken worden behandeld bijvoorbeeld
opsomming, beschrijving =
geschrift waarin de feiten op juridische gronden worden beoordeeld
minuut = klad van een akte
momber = voogd
municipaal = gemeenten
munimenten = bijlagen
naarkoop, naasten = (het recht om) bij verkoop door de eigenaar het goed
tegen een bedongen prijs over te nemen
nomine = uit naam van
nomine officii = uit hoofde van zijn ambt
ontzetten = zich tegen het arrest verzetten, tegenovergestelde van
bezetten
opleggen = aanhangig maken
ordoneren en statueren = bevelen en vaststellen
ordonnantie = regeling
overgreep
= diefstal
pene = boete, straf
persisteren = volhouden, verharden
praeadvies = advies van een rechtsgeleerde
preparatoir = voorbereidend verhoor op vraagpunten
procederen = uitspreken
procuratie = volmacht, lastgeving, mandaat, krachtens welke en advocaat
of procureur voor een cliënt optreedt
protocol = register van minuten van akten
relatieven = bijlagen
relaxatie = ontslag uit hechtenis
remonstrantie = betoog
rendant = hij die verplicht is tot rekening en verantwoording
renvooi = verwijzing van de zaak naar de bevoegde rechter
renunciatie = afstand doen van rechten, bijvoorbeeld een erfenis
renuncieren =
afzien
van
rupliek = antwoord van de eiser op eerste verweer gedaagde
requisitie = 1:
inleiding om tot een eis te komen 2: vaststelling van feiten
requisitoir = inleidende rede om tot de eis te komen
reskriptie = antwoord, wederschrift, schriftelijke beantwoording
rol = register van te behandelen rechtszaken
scherprechter = beul, persoon die belast is met het voltrekken der lijf-
en doodstraffen
schout = bestuursambtenaar, hoofd van gerecht en politie,
zie drossaard
sententie = gerechtelijke uitspraak, vonnis
solutieën = nadere ophelderingen
stocke = gevangenis
submissie = verzoek van verdachte om zonder nader onderzoek vonnis te
wijzen
suppliant = verzoeker
supplicatie = verzoekschrift
surrogatie = vervanging (meestal van voogden)
suspenderen = schorsen
sustineren = zich beroepen op
ticht = eis, aanspraak van eiser
toestanderen = medeplichtigen, helpers
tortuur = foltering, pijnbank
veredens = zij die onder ede staan
vertoch = uitstel
verweer = door gedaagde op eis aanklager
vierschaar bannen = het formeel openen van de rechtszitting
vierschaar spannen = oordelen over
violentie = gewelddaad
violeren = schenden, verbreken, bederven, geweld
aandoen
wederschuld = vordering
zetten = iemand aanstellen, benoemen; vaststellen |