De Criminele Rechtspraak

Lijst van personen onderzijde pagina

 

 

De Leidse "vierschaar" tweede helft zeventiende eeuw

In het midden zit de schouw, met rechts naast zich twee schepenen en links de griffier

Uiterst rechts zijn twee personen met hun zaakwaarnemer "procurateur" afgebeeld (de verliezende partij)

Uiterst links de winnende partij

Collectie Museum De Lakenhal, Leiden

 

 

Op de achtergrond de eeuwenoude lindeboom op de Heuvel te Tilburg die helaas door ziekte in 1994 moest worden gerooid.

Het staat vast dat Tilburg zich eind veertiende eeuw al kon beroepen op een markante lindeboom aan het Lijnsheike, dat vroeger als Lyndsheike (Lindeheike) gespeld werd. Die boom werd in 1502 "Die oude linde" genoemd. De Heuvel had toen eveneens een linde, wat blijkt uit het feit dat daar in 1598 een huisje "ende bancken omme de lynde staende" zijn afgebroken. De boom waaide in 1675 om en werd weer rechtgezet. De "bancken" zouden de bankjes zijn geweest waarop recht werd gesproken. Dat is vanouds de functie geweest van de boom, die daarom dan ook wel een gebodenlinde werd genoemd. Op de oudste kaart van Tilburg uit 1760 is vlak bij de boom niet zonder reden een galg getekend: onder de linde werd niet alleen recht gesproken, maar werden ook vonnissen uitgesproken ťn voltrokken. Ook op de heide tussen Tilburg en Goirle heeft een galg gestaan. De weg daar naar toe heette het galgenstraatje.

 

 

De rechtspraak voor 1811

 

De rechtspraak speelde zich voor 1811 in eerste instantie op lokaal niveau af. Deze lokale rechtsgebieden varieerden sterk in omvang: van een kleine polder met enkele boerderijen tot een aantal dorpen. De rechtspraak op plaatselijk niveau was meestal in handen van een rechtbank bestaande uit een aantal inwoners van dat rechtsgebied onder voorzitterschap van een ambtenaar of een van de personen die uit de schepenen gekozen werd. De schepenbanken spraken niet recht volgens een uniform systeem van rechtsregels, maar volgens regels die van streek tot streek en zelfs van dorp tot dorp konden verschillen. Ook de bevoegdheden waren niet voor alle schepenbanken dezelfde.

 

De zaken waarin het gerecht mocht beslissen "de competentie van het gerecht" verschilde van rechtsgebied tot rechtsgebied. Het overheidsgezag dat uitgeoefend werd over een bepaald gebied noemde men heerlijkheid. Wat de competentie betreft maakte men hierbij vaak een onderscheid tussen hoge heerlijkheid en lage heerlijkheid.

Tot de "hoge heerlijkheid" rekende men meestal het recht om criminele zaken te behandelen, misstappen waaraan vaak een lichaamsstraf verbonden was. Men spreekt in dit verband ook wel van "halsmisdrijven": de meest vergaande lichaamsstraf was immers die waarop de dood volgde. De aanwezigheid van een galgeveld of galgberg symboliseerde dat een bepaald gerecht de hoge rechtsmacht bezat.

Tot de lage heerlijkheid behoorde de rechtspraak over kleine vergrijpen, geschillen tussen burgers , ook wel contentieuze rechtspraak, genoemd en vrijwillige rechtspraak. Tot de vrijwillige rechtspraak, ook voluntaire jurisdictie genoemd, rekenen we de akten die tegenwoordig door de notaris opgemaakt worden. Men stapte uit eigen vrije wil naar het gerecht om daar een testament op te laten maken, een boedelscheiding, verkoopakte, enzovoort.

 

De lokale gerechten bezaten alle in ieder geval de lage rechtsmacht. In veel gewesten was over de uitspraken in zaken betreffende de lager rechtsspraak hoger beroep mogelijk bij een hoger rechtscollege.

De lokale gerechten bezaten lang niet altijd de hoge rechtsmacht, vaak was deze in handen van een hoger rechtscollege.

Over uitspraken in criminele zaken was vaak geen hoger beroep mogelijk.

 

Het verhandelde op een rechtszitting werd aangetekend op de "rol": het register van behandelde zaken. Ook de criminele rechtspraak werd opgetekend in de "criminele rol". Soms vindt men de verschillende processtukken opgeborgen in een procesdossier. Zo'n dossier bevat bijvoorbeeld verklaringen "attestaties", ondervragingen "interrogaties", bekentenissen "confessiŽn" en het vonnis "sententie".

 

Overgenomen uit het boek "van stamboom tot familigeschiedenis" van de Stichting Teleac te Utrecht

ISBN 9065531530

 

 

De Rechtspraak in criminele zaken

 

De gang van zaken bij een civiel of crimineel proces was geheel anders dan bij een vrijwillige rechtspraak. Er was geen sprake van vrijwilligheid, maar van een geschil tussen twee burgers (civiel) of de overheid en een wetsovertreder (crimineel). Het volgen van een proces in de zogenaamde rol is meestal geen eenvoudige zaak. Vooral een civiel proces kon zich over lange tijd uitstrekken, waardoor het geheel zeer versnipperd in de rol is terechtgekomen. De ordinaire rechtdag voor civiele zaken werd halverwege de zeventiende eeuw gewoonlijk iedere twee weken  gehouden; criminele rechtsdagen konden veel vaker worden gehouden al naar gelang de aanwezigheid van een zaak. Soms ook was er maanden of jaren lang geen criminele zaak af te handelen. Diende er recht gesproken te worden, dan was het niet ongewoon dat de drost gedurende een korte periode de vierschaar bande.
 

Voor het einde van de zestiende eeuw was in strafzaken een andere procedure gangbaar dan daarna. De oude manier van procederen vereiste de aanwezigheid van twee partijen: de gekwetste partij enerzijds en de dader van het misdrijf anderzijds. Als aanklager trad de gekwetste partij op, niet de overheid. Beide partijen dienden zelf voor getuigen te zorgen. Na de invoering van de criminele ordonnantiŽn in 1570 op last van Filips II, ging het op de meeste plaatsen anders toe. Vanaf die tijd nam de overheid het initiatief door en geding te beginnen tegen een verdachte van een misdrijf. De overheid zorgde ook voor de nodige getuigen.

Als de schout of drossaard iemand verdacht van een misdrijf, mocht hij, na toestemming van de schepenbank, overgaan tot arrestatie. Die toestemming was niet nodig als de overtreder op heterdaad betrapt werd. De arrestant moest vervolgens binnen 24 uur verhoord worden. Dat verhoor werd gehouden door schepen-commissarissen. Daarna kwam de zaak op de criminele rol. Tijdens de behandeling werd de verdachte opnieuw door de schepenbank ondervraagd (interogatiŽn) op punten die zowel door getuigen als door de vervolgde partij werden aangedragen. In moeilijke zaken placht men nogal eens het advies in te winnen van rechtsgeleerden van buiten de schepenbank.

Als de verdachte bekende, of als de getuigenverklaringen geen grond voor twijfel meer lieten, werd het vonnis uitgesproken. Als het ging om misdrijven waarop de doodstraf stond, en de verdachte legde geen bekentenis af, dan werd hij of zij blootgesteld aan tortuur of de pijnbank. Een bekentenis, onder tortuur afgelegd, diende voor de schepenbak herhaald te worden om rechtsgeldig te zijn. Trok men zijn bekentenis weer in, dan was een tweede gang naar de pijnbank meestal voldoende om alsnog een bekentenis los te krijgen. Bleef een bekentenis uit, dan mocht de doodstraf niet uitgesproken worden.

 

In grote lijnen verliep een criminele rechtszaak als volgt:


- aanspraak (eis) door de aanlegger
- antwoord van de verweerder
- repliek (of 'persistering') door de aanlegger
- dupliek door verweerder
- reprochen (poging tot weerlegging van de bewijzen/getuigen)
- salvatin (weerwoord op de reprochen)
- "sluiten in zaken" met verzoek om recht
- "furnissement van stukken": overleggen van alle (bewijs)stukken
- deducties (inleveren van de niet-openbare slotbetogen op schrift
- vragen van advies aan rechtsgeleerden door schepenen
- vonnis

 

Tussen de verschillende stadia werd een zekere termijn in acht genomen. Door het indienen van bezwaarschriften, beroepsmogelijkheden en dergelijke kon een proces jarenlang worden gerekt.

 

 


 

Glossarium van van oude rechtstermen

 

aanlegger = eiser

aanspraak = eis

adiudikatie = toewijzen, ten gunste van iemand beslissen

admediatie = toelaten, toestemmen, dulden

admitteren = toelaten

admodiatie = heffing van een verbruiksbelasting
admissie = toelating tot de uitoefening van een beroep of functie

aggreatie = toestemming

alinge = geheel
ampliatie = aanvulling van een verordening; aanvulling van een inventaris of boedelbeschrijving
appel = beroep op een hogere rechter
appointement = beschikking, genoteerd in de kantlijn van een verzoekschrift, rechtelijke beschikking op een verzoek of rekest
apprehenderen = arresteren

apprehensie = bevel om iemand in hechtenis te nemen
approberen = goedkeuren

arbitrale correctie = vervolging door een gerecht

arrest = beslaglegging op personen of goederen; als uitvoering van een vonnis = of als middel tot bewaring van een recht
assumptie = toevoeging (bijvoorbeeld van een medevoogd)
attestant = getuige

attestatie = schriftelijke verklaring = getuigenverklaring in de vorm van een vragenlijst
autorisatie = toestemming; machtiging =
machtiging van een instantie iets te doen waartoe men uit zichzelf in rechte niet

bevoegd is

baljuw = zie drossaard

bannissement = verbanning

becroont = beklaagd
besetting = beslaglegging van goederen (meestal door een schuldeiser)

beteren = schadeloos stellen
bezwaren = iemand beschuldigen; iemand verplichtingen opleggen

breukengericht = rechtelijke instantie voor overtredingen

broke, broeke = misdrijf

calis = zwerver

calisregister = register van vreemdelingen
capitaal delict = misdrijf waarop de doodstraf stond

calengieren = opeisen, in rechte vorderen; (minder vaak) beschuldigen

cautie = het stellen van zekerheid in persoon of goederen tot nakoming van een verplichting
certificatie = schriftelijke verklaring
citatie = dagvaarding

civiele rol = register van civiele zaken, dat bij elk gerecht door de griffier wordt bijgehouden
compareren = verschijnen in een vergadering of rechtzaak

confessiŽn = bekentenissen

confinement = hechtenis
contraventeur = overtreder

criminele rol = register van criminele zaken, dat bij elk gerecht door de griffier wordt bijgehouden

culpabel = schuldig

dagement = dagvaarding

declaratie = declaratoir = verklaring

decreet = bevelsuitvaardiging
deductie = vertoogschrift =
geschrift waarin verhaal van de zaak wordt gedaan en waarbij de zaak met

redenen en middelen van recht wordt bevestigd

denunceren = aanwijzen, bekendmaken
deponent = getuige, iemand die een verklaring aflegt
ding = geding, rechtzaak; ook rechtbank
dingtaal = proces
dissolutie = ontbinding

drossaard = plaatsvervanger van de heer van een gebied als voorzitter van de schepenbank ook

wel schout, baljuw of stadhouder genoemd. Zijn voornaamste taak was handhaving van de openbare orde en de rechtspraak
dupliek =
tweede verweer van de gedaagde, reactie op repliek van de eiser

edictale = citatie dagvaarding

exceptie = uitzondering, verweermiddel voor het gerecht, bestaande in het aanvoeren van een grond van niet ontvankelijkheid

exculpator = schuldvrijpleiter
exploit = aanzegging van een deurwaarder van een vonnis etcetera

exsecutie = uitvoering

extract = uittreksel
forfait = misdaad
fugitief = voortvluchtig

furnissement = uittreksel uit de criminele rol met een opsomming van de dagvaardingen

gearresteerd = vastgesteld

gesnor = gespuis

glossen = verklarende aantekeningen

heerlijkheid = het overheidsgezag dat uitgeoefend werd over een bepaald gebied

hoge heerlijkheid = onder andere het recht om criminele zaken te behandelen, misstappen waaraan

vaak een lichaamsstraf verbonden was, ook wel halsmisdrijven genoemd
hoofdgeld = hoofdsom, kapitaal
impetrant = degene die een eis of verzoek rechterlijk krijgt toegewezen; eiser

incarceratie = in hechtenisneming

ignorantie = onbekendheid, onwetendheid
indecis = onbepaald

indignatie = ongenade

informatie preparatoir = voorbereidend onderzoek

infractie = overtreding

injurie = onrecht
inpetreren = verkrijgen
insinuatie = gerechtelijke aanzegging
intendit = eis, strafvordering
interdictie = gerechtelijk verbod
interlocutoir = vonnis tussentijds vonnis
interrogatie = interrogatorium = gerechtelijke afvraging; lijst van vraagpunten om de tegenpartij te horen

InterrogatoriŽnboeken = bevatten aan gevangen afgenomen verhoren

keuren = verordeningen

lage heerlijkheid = onder anderen de rechtspraak over kleine zaken
legaat = beschikking in een testament dat sommige goederen of geldsommen aan bepaalde personen of instellingen worden toegekend.
liquidatie = afwikkeling
memorie = geschrift waarin de feiten op juridische gronden worden beoordeeld
mandement = bevelschrift
memorie = geschreven stuk waarin bepaalde zaken worden behandeld bijvoorbeeld opsomming, beschrijving =
geschrift waarin de feiten op juridische gronden worden beoordeeld
minuut = klad van een akte
momber = voogd

municipaal = gemeenten

munimenten = bijlagen
naarkoop, naasten = (het recht om) bij verkoop door de eigenaar het goed tegen een bedongen prijs over te nemen

nomine = uit naam van
nomine officii = uit hoofde van zijn ambt
ontzetten = zich tegen het arrest verzetten, tegenovergestelde van bezetten
opleggen = aanhangig maken

ordoneren en statueren = bevelen en vaststellen
ordonnantie = regeling

overgreep = diefstal
pene = boete, straf
persisteren = volhouden, verharden

praeadvies = advies van een rechtsgeleerde
preparatoir = voorbereidend verhoor op vraagpunten

procederen = uitspreken
procuratie = volmacht, lastgeving, mandaat, krachtens welke en advocaat of procureur voor een cliŽnt optreedt
protocol = register van minuten van akten

relatieven = bijlagen
relaxatie = ontslag uit hechtenis

remonstrantie = betoog
rendant = hij die verplicht is tot rekening en verantwoording
renvooi = verwijzing van de zaak naar de bevoegde rechter
renunciatie = afstand doen van rechten, bijvoorbeeld een erfenis

renuncieren = afzien van

rupliek = antwoord van de eiser op eerste verweer gedaagde

requisitie = 1: inleiding om tot een eis te komen 2: vaststelling van feiten
requisitoir = inleidende rede om tot de eis te komen

reskriptie = antwoord, wederschrift, schriftelijke beantwoording
rol = register van te behandelen rechtszaken

scherprechter = beul, persoon die belast is met het voltrekken der lijf- en doodstraffen

schout = bestuursambtenaar, hoofd van gerecht en politie, zie drossaard
sententie = gerechtelijke uitspraak, vonnis
solutieŽn = nadere ophelderingen

stocke = gevangenis
submissie = verzoek van verdachte om zonder nader onderzoek vonnis te wijzen
suppliant = verzoeker

supplicatie = verzoekschrift
surrogatie = vervanging (meestal van voogden)
suspenderen = schorsen

sustineren = zich beroepen op

ticht = eis, aanspraak van eiser

toestanderen = medeplichtigen, helpers

tortuur = foltering, pijnbank

veredens = zij die onder ede staan

vertoch = uitstel

verweer = door gedaagde op eis aanklager
vierschaar bannen = het formeel openen van de rechtszitting

vierschaar spannen = oordelen over
violentie = gewelddaad

violeren = schenden, verbreken, bederven, geweld aandoen

wederschuld = vordering
zetten = iemand aanstellen, benoemen; vaststellen

 

 

Namenlijst van personen in relatie tot de rechtspraak:

 

Wouterus Embregts alias van Summeren 1764

 

 

 

 

het nederlandse geslacht

homepage

status animarum

gezinsblad

bezittingen