De Franse Revolutie

 

 

 

Napoleon Bonaparte

Frans Keizer van 1804 - 1814

 

 

Tijdens de bijeenkomst van de Staten Generaal op 5 mei 1789 te Parijs begint de Franse Revolutie. Op 21 januari 1793 wordt de Franse Koning Lodewijk XVI geguillotineerd. Hij en zijn vrouw Maria Antoinette hadden te hardnekkig geprobeerd de bakens weer te verzetten en het Ancien Rťgime in ere te herstellen. Radicale stemmen in de Zuiderlijke Nederlanden richtten zich tot Frankrijk om de Oostenrijkers te laten verdrijven. Op 6 september 1792 werden de Oostenrijkers bij Jemappes in Henegouwen door de Fransen verslagen. Inmiddels hadden de Franse activiteiten in BelgiŽ politiek en grondgebied van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ook beroerd. In eerste instantie moest de Republiek met lede ogen aanzien hoe Frankrijk de sedert jaren gesloten Schelde weer voor de scheepvaart opende. Leger en vloot waren verre van paraat, terwijl binnenslands de Patriotse geest allesbehalve geweken was. In het buitenland zagen de uitgeweken patriotten, die zich voortaan Bataven noemden, hun kansen groeien. Engeland dat zich in eerste instantie wat afzijdig had gehouden van de Franse activiteiten, deed nog een poging van de Fransen een garantie los te peuteren voor de territoriale integriteit van de Republiek. De gebeurtenissen volgden elkaar snel op. Op 1 februari 1793 verklaarde Frankrijk de oorlog aan de "tyrannen' stadhouder Willem V en King George III van Engeland.

 

Ik kom als vriend der Batavieren, als onverzoenlijke vijand van Oranje, was de opstelling van de Franse Generaal Dumourez. Op 23 februari 1793 waren de Fransen begonnen met een hevig bombardement op Breda welke stad op 25 februari 1793 capituleerde. Op 27 februari 1793 viel ook Eindhoven in de handen van de Fransen. Ook Geertruidenberg en Klundert waren spoedig in Franse handen. In maart moesten beide plaatsen echter al weer door de invallers worden ontruimd. De snelle opmars werd tot staan gebracht voor de poorten van de sterke vesting Willemstad. Op 16 maart 1793 moest Dumourez zijn troepen bevel geven de belegering af te breken. Ook Steenbergen en Bergen op Zoom hadden krachtig verzet geboden. Het afbreken van het beleg rond Willemstad had alles te maken met een nieuwe inval van de Oostenrijkers in de Zuidelijke Nederlanden. De Fransen trokken hun troepen terug uit Noord Brabant en werden op 18 maart 1793 bij Neerwinden door de Oostenrijkers verslagen.

 

De Oostenrijkers hadden bij het vertrek van de Fransen het heft in BelgiŽ weer in handen genomen en de Republiek was voorlopig gered, dit was de balans van de eerste Franse inval in de Nederlanden. In juni 1794 overschreed andermaal een Frans leger de zuidgrens van BelgiŽ waar bij het Belgische stadje Fleurus op 26 juni 1794 een veldslag door de Fransen werd gewonnen. BelgiŽ werd opnieuw bezet. Opnieuw was de Republiek in gevaar en zagen de in Nederland gebleven patriotten hun kans schoon. In Amsterdam kon de stedelijke regering er nog een stokje voor steken elders echter niet. De Franse legers stootten door naar Nederlands grondgebied. Op 16 october capituleerde Venlo, terwijl Maastricht na een belegering van zes weken ook het hoofd in de schoot legden. Nijmegen viel op 7 november 1794 in Franse handen.

 

In september 1794 trokken delen van de Armťe du Nord onder opperbevel van generaal Pichegru vanuit Alphen door Tilburg op hun weg naar Den Bosch. Bij de Oisterwijksebaan kwam het tot een bloedig gevecht.

Een zware periode van inkwartiering brak weer aan gepaard gaande met de gebruikelijk epidemieŽn, nu van de zogenaamde rode loop. Adriaan van der Willigen, die bij het naderen van de Franse troepen met name vanwege zijn goede kennis van hun taal tot hulpsecretaris van het dorpsbestuur werd aangesteld, bericht in zijn memoires uitvoerig over zijn contacten met de Franse Generaals, nog voor het dorp was ingenomen. Bedoeling was om de vaak zware verplichtingen te verlichten die het Franse leger Tilburg oplegde.

 

In september 1794 had Pichegru het beleg rond Den Bosch geslagen. De stad werd slechts door 1500 soldaten verdedigd, manschappen die nauwelijks op de verdediging waren voorbereid. Het zelfde gold voor de bevolking, die er weinig voor voelden het slachtoffer te worden van een militaire tuchtiging. Op 22 september 1794 eiste Pichegru de stad op. In de stad woedden branden en verlamd van schrik kwam kwam het stadsbestuur bijeen. Na een heftig bombardement van vier etmalen gaf de stad zich over.

 

De patriotten waren in jubelstemming. Men ging ogenblikkelijk aan het werk om een nieuwe ordening in te voeren, gebaseerd op de idealen van de Franse Revolutie; Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap.

De Fransen hadden hun doel bereikt met de verovering van het zuiden der Republiek; een natuurlijke barriŤre, gevormd door de grote rivieren.

Ravitailleringsproblemen in de inmiddels leeggeplunderde Generaliteitslanden noopten de Fransen echter, gebruik te maken van het invallen van een strenge vorst, die de rivieren in ijsvlakten veranderde, om in de Zeven ProvinciŽn het bedrijf van uitbaten te vernieuwen. In januari 1795 trok het Franse leger dan ook de rivieren over naar het noorden. Om de veroveringen vlot te laten verlopen, was het zaak de burgerlijke en militaire belangen optimaal te behartigen. Daartoe stelde de bezetter een Centrale Hoofdadministratie in voor al de overwonnen Hollandse gebieden. Zijn taak was het, ervoor te zorgen dat de vorderingen goed werden uitgevoerd. Pichegru en zijn manschappen eisten brood, hooi en haver.

Zoals bijvoorbeeld in Oerle bij Eindhoven, waar brood werd gevorderd voor 15000 duizend manschappen en haver voor 3600 paarden. Spoedig waren er in het hele gebied hooi, noch vlees, jenever noch schrijfbenodigdheden meer te vinden. Door de hele Meierij en in de stad vond deze vorm van gelegaliseerde roof plaats. Betaald werd er wel, maar met waardeloos papier, de zogeheten assignaten.

 

Bovenmoerdijks werd de Franse legers nauwelijks tegenstand van betekenis geboden. Utrecht viel op 16 januari 1795, Arnhem een dag later. Op 18 januari stonden de Fransen voor Nieuwersluis. Dit was de dag dat stadhouder Willem V zich inscheepte op het Scheveningse strand onder het uitspreken van de woorden "ik vertrek maar kom terug". Hij zou zijn land nooit meer terug zien en in 1806 in het buitenland sterven.

Op 20 januari 1795 was de Bataafse Republiek de facto geboren en de oude Oranje Republiek een zachte dood gestorven. De Staten-Generaal ontvingen de Fransen als vrienden om niet door diezelfde bezetters ingelijfd te worden. Dat was Frankrijk ook niet van plan. Enige eerbied voor de aloude republikeinse staatsvorm die Nederland had gekend, speelde daar wellicht een rol bij. Maar van groter belang was dat Frankrijk natuurlijke grenzen wilde. Die had het land met de inlijving van BelgiŽ en de Generaliteitslanden inmiddels. De grote rivieren, in die tijd nog zonder bruggen, vormden als vanouds een natuurlijke barriŤre.

 

 

 

De Franse revolutionaire troepen die op 7 september 1794 Tilburg bezetten, trokken door naar 's-Hertogenbosch. Die vesting viel hun na een belegering van enkele weken op 10 october 1794 in handen. Daags daarna trokken enige officieren met escorte de stad binnen. Dit tafereel is door de Tilburgse kunstenaar Jozef Augustinus Knip (1777-1847) die kennelijk ooggetuige was, in een crayontekening vastgelegd.

 

 

De Bataafse Republiek

 

Het staat niet vast wanneer deze benaming werd aangenomen, eerst in mei 1795 komt ze in officiŽle bescheiden voor.

 

Na de Franse bezetting was het tijdperk van het stadhouderschap en de macht van de regenten voorgoed voorbij. Na zware onderhandelingen met de Fransen kwam op 16 mei 1795 het Haags Verdrag tot stand waarbij de Bataafse Republiek als onafhankelijk erkend werd. De hoofdzaak van het verdrag was echter dat er een offensief en en defensief verbond gesloten werd. Daardoor werd de Bataafse Republiek een ťtat secundaire van Frankrijk en aan dat land gebonden in de strijd tegen de Engelse suprematie ter zee. Het gevolg was, dat in september 1795 de oorlogstoestand tussen de Bataafse Republiek en Engeland intrad. De traagheid welke de Bataafse omwenteling beheerst is een gevolg van velerlei omstandigheden. De Franse bezetters hadden meer belang bij de toepassing van het Haags verdrag dan voor de voortgang van de omwenteling. In het land bestonden reusachtige belangentegenstellingen tussen de vanouds gevestigde orde, de regenten aanhangers van de stadhouder en de patriotten die een geheel andere staatsvorm voor ogen hadden. Daarnaast was het land door alle interne problemen en oorlogen zodanig verzwakt dat het in Europa nog nauwelijks een rol speelde. Het overgrote deel van haar inwoners leefden in armoede en hadden honger geteisterd zoals ze werden door het Franse bezettingsleger. Langzaam maar zeker kwam er toch schot in de hervormingen. In mei 1995 kwam in de Staten-Generaal het voorstel op tafel om tegen 1 januari 1796 een Nationale Vergadering bijeen te roepen om de bestuurstaken van de Staten-Generaal over te nemen. Na veel verzet van onder anderen Friesland, Groningen en Zeeland viel dan toch het besluit tegen 1 maart 1976 de Nationale Vergadering bijeen te roepen. Het reglement van de Staten-Generaal schreef voor dat de Nationale Vergadering gekozen zou worden door alle mannelijke Bataven boven de 20 jaar zonder onderscheid van godsdienst, die niet bedeeld werden en een eed van afkeer van erfelijke ambten en van aanvaarding van de volkssouvereiniteit hadden afgelegd. Het reglement dat enigermate het karakter droeg van een voorlopige grondwet bepaalde verder dat de Staten-Generaal op 1 maart 1796 zouden uiteen gaan en dat ze over de gewesten geen macht zou hebben. Voorst zouden zij een commissie moeten benoemen voor het ontwerpen van een constitutie. In grote lijnen waren de machthebbers uit die tijd verdeeld in unitarissen, federalisten en moderaten die een compromis begeerden. Het ontwerp van de grondwetscommissie werd door geen van deze drie stromingen goedgekeurd en de Bataafse omwenteling raakte volkomen gestagneerd. Het zijn de radicale unitarissen onder leiding van Pieter Vreede geweest die met behulp van de Fransen de Nationale Vergadering zuiverde van de regentie en een nieuwe grondwetscommissie instelde. Een constitutie, in hoofdzaak gebaseerd op die van de Franse van 1795 was snel gereed en op 17 maart 1798 door de constituerende vergadering goedgekeurd. Het Vertegenwoordigend Lichaam moest zichzelf splitsen in een Eerste Kamer en een Tweede Kamer en koos een Uitvoerend Bewind van vijf leden die zich zouden bezig houden met de uitvoerende macht, daarin bijgestaan door 8 agenten en twee raden voor koloniŽn. De grondgedachten van de constitutie van 1798 was de vrijheid van de burgers, het recht van de enkeling en vrijheid van godsdienst. Op 23 maart 1798 maakte de groep rondom Pieter Vreede zich schuldig aan een ernstige schending van hun grondwet door  het intermediair uitvoerend bewind eigenmachtig te veranderen in een definitief. Op 12 juni 1798 werd met de hulp van de Fransen een nieuwe staatsgreep verricht en sloegen Vreede met zijn medestanders op de vlucht. Op 31 juli 1798 kwam dan een wettig Vertegenwoordigend Lichaam bijeen en volgde de verkiezing van een definitief Uitvoeren Bewind: de vestiging van: de Volksregering bij vertegenwoordiging.

Hoewel het mislukken van de pogingen tot contra-revolutie, bij gelegenheid van de Engels-Russische inval (1799) in Noord-Holland haar positie scheen te versterken, is de Volksregering niet in haar taak geslaagd. Het doel van de tweede coalitie-oorlog tegen Frankrijk was de Fransen uit de Nederlanden te verdrijven, een opstand te verwekken en het Oranjehuis te herstellen. Midden augustus 1799 werd de aanval ondernomen die in eerste instantie een groot succes dreigde te worden. Weldra kwam Brune, de Franse opperbevelhebber, met wiens leger het Bataafse onder Daendels verenigd was, in actie die na enige mislukkingen de coalitie tot de terugtocht dwong. Voor de volksregering bij vertegenwoordiging was deze uitkomst niet echt een versterking. Haar onmacht ten opzicht van de vele hervormingen die nodig waren bleek maar al te duidelijk. Van en active welvaartspolitiek kwam niet veel terecht, enerzijds omdat de oorlog het bedrijfsleven teisterde, anderzijds omdat de Bataafse omwenteling het werk was van de economisch zwakke burgerij. Evenwel. zonder al die tegenstrevende krachten zou de constitutie van 1798 toch een fiasco geworden zijn. Velen achtten een verdergaande hervorming noodzakelijk. De stuwing daartoe is echter van buiten gekomen, van Frankrijk, waar Napoleon Bonaparte zich van de macht had meester gemaakt.

 

Voor Bonaparte was de Bataafse Republiek allereerst de rijke bondgenote, die hij weldra, bij tractaat van 5 januari 1800 en schenking van drie millioen gulden afdwong. Een tweede veel grotere schenking werd afgewezen tenzij de Bataafse Republiek neutraal verklaard zou worden. Deze zwakke poging tot zelfstandigheid was Bonaparte te kras en hij verlangde een hervorming van de Bataafse Republiek. Het doel moest zijn de rijke Nederlanders, de regenten, te verzoenen met de publieke zaak, om des te beter over het Bataafse geld te kunnen beschikken. Zonder hier al te veel in details te treden betekende dit in de praktijk dat men afstapte van de libertaire gedachte en het autoritaire beginsel aanvaardde. Vele oud-regenten herwonnen hun invloed en het landsbestuur was feitelijk een agglomeraat van tamme patriotten die een werkelijke hervormingszin mistte. Op 27 maart 1802 werd de vrede met Engeland bezegeld wat een gunstige ontwikkeling had op het handelsverkeer en bedrijvigheid. Ook de koloniŽn werden aan de Bataafse Republiek terug gegeven. In mei 1803 brak opnieuw een Frans-Engelse oorlog uit waarin het Staatsbewind trachtte neutraal te blijven Napoleon had de Nederlanden echter nodig voor een aanval op Engeland en dwong op 23 juni 1803 een nieuw verdrag af. De nieuwe oorlog verstoorde het economisch leven geheel, de koopvaardijschepen vielen in Engelse handen, zoals deze ook de koloniŽn konden bezetten. Het kon niet anders of de geldmiddelen van de Bataafse Republiek liepen vast. Napoleon verweet het Staatsbewind dat het de verdragverplichtingen slecht nakwam en achtte hij daarom staatshervorming noodzakelijk. De man van zijn keuze was R.J. Schimmelpenninck die de drager zou zijn van een eenhoofdig bestuur. De door Schimmelpenninck ontworpen constitutie kreeg in februari 1805 keizers fiat en werd door een volksstemming van 9 tot en met 16 april 1805 bekrachtigd. Slechts vier procent van de kiezers toonden belangstelling en slechts 136 daarvan stemden tegen. Het beslissende kenmerk van de hervorming van 1805 is, dat het autoritair beginsel, door de bevoegdheden van het twaalfledig Staatsbewind te concentreren in de macht van den raadpensionaris, bevestigd werd.

 

 

 

 

Lodewijk Napoleon, 1778-1846, koning van Holland en jongere broer van Napoleon I Bonaparte met rechts zijn echtgenote Hortense de Beauharnais.

 

In 1806 werd Lodewijk door zijn broer aangewezen tot koning van Holland, een functie die hij niet begeerde. Zijn koningschap van 1806-1810 is in de ogen van Napoleon een markante mislukking geworden. Ook persoonlijk waren de Hollandse jaren voor Lodewijk in Holland niet gelukkig. Zijn huwelijk met Hortense was een mislukking, zij verbleef meestal in het buitenland. Kort na zijn troonsbestijging verloor hij zijn oudste zoon Lodewijk. In 1810 vestigde Lodewijk zich als graaf van Saint Leu te Toeplitz, nog hopend zijn troon te herwinnen met steun van Oostenrijk. Na de slag bij Leipzig trachtte hij , eveneens tevergeefs, van Napoleon zelf herstel in Holland te verkrijgen.

 

Het moeten barre tijden zijn geweest waarin Wouterus Embrechts met zijn vrouw en kinderen leefden, zonder de gemakken en geneugten van onze tijd, met alleen maar wat hout en turf als brandstof als men dat al kon betalen. Olie voor wat schamele verlichting, water uit de put of uit de sloot zonder riolering met ziekten en dood als gevolg. Geen behoorlijke behuizing alleen en schamel hutje van wat hout, gevlochten twijgen en leem met daarin een slecht en vochtig bed, geen bad of douche en alleen een vuurtje om op te koken als er al wat te koken was. Het vervoer moest te voet gebeuren met de ossewagen of de paardekoets voor de gegoede stand. Men kwam dus in het algemeen niet verder dan de markt in een naburig dorp. De sterftecijfers waren hoog zeker onder de kinderen die weinig weerstand hadden. Even naar de dokter of een pilletje halen was er niet bij. Niet zo vreemd dat de bedelarij en de zogenaamde kleine criminaliteit welig tierde, hoe moest men anders aan de dagelijkse levensbehoefte komen.

 

 

 

 

hoofdpagina lsa