Godefridus Raymundus Cornelis Maria Raupp

06-06-1907 - 21-07-1915

 

Godefridus Raymundus Cornelis Maria Raupp werd geboren te Bergeyk op 7 januari 1857 en werd in 1893 burgemeester van Roermond. Hij werd te Tilburg uit talrijke sollicitanten gekozen en op geïnstalleerd op 6 juni 1907. Hem komt vooral de eer toe orde gebracht te hebben in de gemeente-administratie door het invoeren van een archiefstelsel. Ook heeft hij veel bijgedragen tot de organisatie en reorganisatie van de verschillende takken van dienst en het tot stand komen van de Keuringsdienst en de handelsavondschool. Om gezondheidsredenen nam hij op 21 juli 1915 ontslag. Hij is te Bloemendaal op 16 mei 1932 overleden. Godefridus Raupp werd opgevolgd door F.L.G.Z.M. Vonk de Both.

 

 

 

Mr. Dr. Frans Lodewijk Gerhard Zeno Maria Vonk de Both

24-11-1915 - 21-11-1939

 

Frans Lodewijk Gerhard Zeno Maria Vonk de Both werd geboren te Zevenaar op 21 maart 1873. Hij studeerde te Parijs en Berlijn, promoveerde in 1899 in de rechten en verwierf in 1903 het doctoraat in de staatswetenschappen. Zijn ambtelijke loopbaan begon hij als hoofdcommies ter secretarie te Tilburg op 1 februari 1909, waarna hij gemeentesecretaris werd op 10 november 1911. Tijdens de Eerste wereldoorlog, op 24 november 1915, volgde zijn benoeming tot burgemeester van Tilburg. Al dadelijk werd zijn volle werkkracht  gevraagd voor de mobilisatie- en distributievraagstukken alsmede voor het vluchtelingenprobleem. Vierentwintig jaar lang voerde hij een krachtig bewind. Mede aan hem is het te danken dat de Economische Hogeschool en de R.K. Leergangen in Tilburg kwamen. Met ingang van 21 november 1939 werd hem eervol ontslag verleend. Hij overleed te Ede op 14 januari 1952. Vonk de Both werd opgevolgd door Mr. Jan Christiaan Alphonse Maria van de Mortel.

 

 

 

Mr. Jan Christiaan Alphonse Maria van de Mortel

20-01-1940 - 25-09-1944

27-10-1944 - 15-01-1946

 

Jan Christiaan Alphonse Maria van de Mortel werd te Tilburg op 19 juli 1880 geboren als zoon van Josephus Florentinus Joannes van de Mortel en Francisca Antonia Maria Verheyen van Estvelt. Op 2 september 1919 werd hij gekozen tot wethouder  van Tilburg. Hij heeft vele functies bekleed zoals voorzitter van de Voogdijraad Tilburg, voorzitter van de Raad van Beroep der Directe Belastingen, voorzitter Rijkscommissie ter ondersteuning van de Rundveefokkerij in Noord Brabant, voorzitter van het Nationaal Natuurhistorisch Museum, bestuurslid Noord-Brabants Landschap, president-commissaris Hypotheekbank, commissaris P.N.E.M., eerste commissaris Nederlandse Heidemaatschappij, voorzitter Liefdewerk Kinderbescherming (Huize Nazareth) en secretaris Parochieel Kerkbestuur. Op 8 september 1939 werd hij benoemd tot lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Op 11 januari 1940 werd hij benoemd tot burgemeester van Tilburg en op 20 januari 1940 als zodanig geïnstalleerd. Door de Duitse Rijkscommissaris werd hij op 12 juli 1944 met onmiddellijke ingang uit zijn ambt gezet. Direct daarna werd Ir. H. Hondius benoemd tot waarnemend burgemeester. Van de Mortel werd gegijzeld in St. Michielsgestel en Vught. De minister van Binnenlandse Zaken ontsloeg hem op 25 september 1944, maar hij werd op 27 october 1944 bij de bevrijding van de stad door de geallieerden terstond in zijn functie hersteld. Wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd legde hij op 15 januari 1946 zijn ambt neer, kort daarna overleed hij te Tilburg op 21 december 1947.

 

 

 

Ir. Harmanus Hondius

17-07-1944 - 19-09-1944

 

Harmanus Hondius is in 1903 te Amsterdam geboren en overleden in 1996.

 

In de ochtend van donderdag 13 juli 1944 werd burgemeester Van de Mortel gearresteerd, omdat hij uiteindelijk weigerde mee te werken aan het vorderen van werkkrachten bestemd voor de voltooiing van de kustverdedigingswerken in Zeeland. Vier dagen later benoemde dr. Wimmer, General-Kommissar voor Bestuur en Justitie, ir. Harmanus Hondius, wethouder voor de bedrijven en gemeentewerken in Nijmegen, tot waarnemend burgemeester van Tilburg. De benoeming had uitdrukkelijk een tijdelijk karakter. Hondius bleef wethouder in Nijmegen, maar werd gedetacheerd in Tilburg. Iedere week reisde hij heen en weer tussen zijn werk- en woonplaats, totdat hij na het weekend van 16/17 september niet meer naar Tilburg kon terugkeren als gevolg van de luchtlandingen en de strijd rond Nijmegen en Arnhem. Hij werd daarop benoemd tot waarnemend Commissaris van de Provincie van (het niet bevrijde deel van) Gelderland. Daarmee kwam op onverwachte wijze een einde aan een NSB-interregnum. Op 27 oktober 1944, bevrijdingsdag, keerde Van de Mortel, na drie en een halve maand onderbreking, weer terug als burgemeester.

 

Voor de Tweede Wereldoorlog werkte Hondius als stuurman bij de koopvaardij, als hoofdingenieur/directeur bij de machinefabriek HK Jonker en Zonen in Amsterdam en als algemeen bedrijfsleider bij Fokker in Amsterdam. Als koopvaardij-officier verbleef hij ook enige tijd in Nederlands Indië. Hij was een nationalist en werd in 1934 donateur van de NSB en in 1939 lid van deze organisatie.

Van april 1943 tot 19 september 1944 was hij wethouder en loco-burgemeester van Nijmegen. In deze periode kwam hij meerdere malen in conflict met zijn partij, de NSB, en met partijleider Anton Mussert. In Nijmegen voorkwam hij dat burgemeester Marius van Lokhorst de begrafenis van de slachtoffers van het Geallieerde bombardement op Nijmegen tot propaganda maakte. Hij coördineerde ook voortvarend de hulpverlening. Na meerdere conflicten met Van Lokhorst werd hij weggepromoveerd naar Tilburg, hij behield echter zijn ambt als wethouder in Nijmegen. In Tilburg voorkwam hij onder andere de executie van gijzelaars als represaille na de moord op een Duitser bij het "incident op het Lijnsheike". Na de bevrijding werd hij gevangen genomen en in 1946 tot gevangenisstraf veroordeeld. Omdat men Hondius, behoudens zijn lidmaartschap van de NSB, niet kon beschuldigen van enig strafbaar gedrag, was de straf die hem werd opgelegd gelijk aan de tijd van zijn internering. Anders gezegd, hij werd met onmiddellijke ingang in vrijheid gesteld.

 

 

 

Mr. Eduard Hendrik Joan Baron van Voorst tot Voorst

27-04-1946 - 01-06-1957

 

Eduard Hendrik Joan van Voorst tot Voorst werd te Huissen geboren op 7 mei 1892. Hij werd in 1920 burgemeester van Ubbergen en in 1923 lid van Provinciale Staten van Gelderland. Op 27 april 1946 werd hij bij Koninklijk Besluit benoemd tot burgemeester van Tilburg met ingang van 1 mei 1946. Onder zijn bestuur kwam een groot deel van de naoorlogse opbouw en vernieuwing van de stad tot stand. Zo werd het bebouwde oppervlak van Tilburg verdubbeld en kwamen er 6400 nieuwbouwwoningen bij. Twee moderne bejaardentehuizen werden er gesticht. Het ringbanenstelsel werd in 1856 voltooid en in dat jaar begon men met de aanleg van de wijk 't Zand. De overwegplannen lagen klaar en hij beleefde nog de omlegging van het zogenaamde Bels Lijntje. ook de plannen voor de nieuwe schouwburg zijn onder zijn bestuur gevormd. Met ingang van 1 juni 1957 werd hij als burgemeester van Tilburg ontslagen en opgevolgd door mr. C.J.G. Becht bijgenaamd de sloper. Hij is te Tilburg overleden op 28 januari 1972.

 

 

 

Mr. C.J.G. Becht

1957 - 1975

 

Burgemeester Mr. C.J.G. Becht vertrok in 1935 naar het voormalig Nederlands-Indië waar hij ambtenaar binnenlands bestuur werd. Van 1948 tot 1949 was hij fungerend burgemeester van Soerabaja. Daarna keerde hij naar Nederland terug. Hij werd in 1950 benoemd tot burgemeester van Vaals, en in 1951 tot burgemeester van van Kerkrade. In 1957 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Tilburg, wat hij tot 1975 is gebleven. In zijn ambtsperiode vonder er ingrijpende veranderingen in het centrum en aanzienlijke stadsuitbreidingen plaats. Dat leverde hem de bijnaam Kees de Sloper op. Echter niet alleen door de grote uitbreidingen maar eerder door de sloop van enkele voor Tilburg markante en historische gebouwen zoals onder andere het oude stadhuis op de Markt en het station aan de Spoorlaan. Veel Tilburgers waren het met deze rigoureuse aanpak van vernieuwing niet eens.

 

 

 

Drs. H.B.P.A. Letschert

1975 - 1988

 

Drs. H.P.B.A. Letschert was van 1956 tot 1965 burgemeester van Medemblik en van 1965 tot 1975 van Uithoorn. Daarnaast was hij van 1968 tot 1980 lid van de Eerste kamer der Staten Generaal voor de KVP, later CDA. lid van de Raad van Europa en lid van de Assemblée Westeuropese Unie. In 1975 volgde hij C.J.G. Becht op als burgemeester van Tilburg. Hij heeft enorm bijgedragen aan het stadsvernieuwingsproces in Tilburg, de verbetering van het centrum en de bouw van de wijken De Blaak en Reeshof. Ook het zogenaamde Tilburgs Model kwam na een ambtelijke reorganisatie in 1985 onder zijn bewind tot stand. Door een ernstige ziekte moest hij zijn functie in april 1988 opgeven.

 

 

 

Mr. Gerardus Phillippus Brokx

19-04-1988 - 13-06-1997

 

Mr. Gerardus (Gerrit) Phillippus Brokx werd op 22 juni 1933 te Oosterhout geboren. Nadat hij zijn gymnasiumdiploma haalde, was hij van 1951 tot 1953 werkzaam als assistent-accountant. Van 1953 tot 1957 was hij officier Militaire Administratie. In 1964 deed hij zijn doctoraal examen Nederlands Recht aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Naast zijn baan als officier was hij van 1962-1970 ook  gemeenteraadslid en wethouder van Oosterhout en van 1966-1978 lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant, van 1970-1978 lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, van 1981-1982 CDA-lid in de Tweede Kamer, en van 1982-1988 staatssecretaris van Volkshuisvesting. Tijdens het eerste kabinet Van Agt werd hij in de Tweede Kamer fel belaagd door zijn voorganger en PvdA-woordvoerder Marcel van Dam. Nadat CDA-fractievoorzitter Bert de Vries had aangegeven dat zijn aanblijven in het tweede kabinet Lubbers met in het vooruitzicht van een parlementaire enquête naar bouwsubsidies een te groot risico inhield trad Gerrit Brokx in 1986 af als staatssecretaris van Volkhuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

 

Op 19 april 1988 werd hij benoemd tot burgemeester van Tilburg. Kort daarna publiceerde hij het boek ´Naschrift van een getuige´ (Amsterdam, Balans, 1988), waarin hij zich verdedigt tegen de aanvallen die hij gedurende de voorgaande anderhalf jaar te verduren heeft gehad als gevolg van de enquêtecommissie Bouwsubsidies, waardoor hij als staatssecretaris ten val werd gebracht.
Hij was van 19 april 1988 tot april 1997 burgemeester van Tilburg en heeft in die periode met grote daadkracht, inzet en betrokkenheid leiding gegeven aan het stadsbestuur. Met zijn heengaan verloor Tilburg een markante persoon. Burgemeester Brokx heeft vorm gegeven aan de verdere transformatie van Tilburg Textielstad naar Tilburg Moderne Industriestad. Met deze gemeenschappelijke noemer wist hij de stad bekendheid te geven en bedrijfsleven en burgers te mobiliseren. Op zijn initiatief en dankzij zijn inspanningen is de Concertzaal gebouwd. Burgemeester Brokx heeft ook een belangrijke rol gespeeld bij de aanwijzing van Tilburg als stedelijk knooppunt in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening en was bestuurlijk mededrager van het Tilburgs Model. Als waardering kreeg burgemeester Brokx bij zijn afscheid van de gemeenteraad op 13 juni 1997 de gouden legpenning van de gemeente Tilburg. Hij werd als burgemeester opgevolgd door Johan Stekelenburg.

Hij was voorts Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Commandeur in de Orde van Oranje Nassau, ereburger van de provincie Noord-Brabant en van Tilburg, Commandeur in de Leopoldsorde (België). Mr. Gerardus Phillippus Brokx is te Tilburg overleden op 11 januari 2002. Naar hem is in Tilburg de Burgemeester Brokxweg genoemd.

 

 

 

Johan Stekelenburg

01-07-1997 - 29-09-2003

 

Johan Stekelenburg is geboren te Maarssen op 31 oktober 1941 en overleden te Tilburg op  22 september 2003. Vanaf 1955 deed hij de HBS-B op het Christelijk Lyceum. Na zijn eindexamen in 1962 koos Stekelenburg voor de Nederlands-Hervormde Sociale Academie 'De Horst' te Driebergen, hij volgde er de opleidingen personeelswerk en sociaal-cultureel werk.

 

In 1966, het jaar van zijn afstuderen, werd hij lid van de Partij van de Arbeid . Stekelenburg begon zijn carrière op 1 augustus 1966 als bedrijvenmedewerker van de Algemene Nederlandse Metaalbedrijfsbond in Leeuwarden, vanaf 1968 Metaalbedrijfsbond NVV geheten.

Vanaf 1972 was Johan Stekelenburg als bestuurder actief binnen de FNV. Eerst als districtsbestuurder van de Industriebond FNV in Arnhem, en in 1977 als districtshoofd van de Industriebond FNV in Den Haag. Hij werd in 1983 benoemd tot bondsbestuurder van de Industriebond FNV. In 1984 werd hij federatiebestuurder van de FNV. In 1985 werd Stekelenburg gekozen tot vicevoorzitter en in 1988 volgde hij Hans Pont op als voorzitter van de FNV. Hij bleef voorzitter tot hij burgemeester van Tilburg werd in 1997.

 

Sinds 1966 was Stekelenburg ook actief binnen de PvdA. Vanaf juni 1999 vertegenwoordigde hij de PvdA in de Eerste Kamer, eerst als lid en vanaf 10 juni 2003 als leider van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer. Begin 2003 viel zijn naam als kandidaat-premier voor de PvdA, maar hij haakte af in verband met zijn ziekte.

 

Inmiddels was Stekelenburg, na drie decennia vakbondswerk, toe aan verandering. Op 1 juli 1997 werd hij burgemeester van Tilburg. Door de voorkeur te geven aan een sociaal-democraat brak het kabinet met de christen-democratische bestuurstraditie van deze stad. Bij zijn aantreden kampte Tilburg met hoge werkloosheidscijfers, achterstandswijken, financiële tekorten en wegtrekkende bedrijven. Stekelenburg begon zijn burgemeesterschap met bescheiden ambities: 'Ik ben geen burgemeester die zijn stempel op de stad wil drukken. Het is belangrijk dat Tilburgers zich prettig voelen in de stad'. Stekelenburg genoot vanwege zijn benaderbaarheid en onmiskenbare charme al snel een grote populariteit onder de 'gewone' Tilburgers. Hij maakte zich gezien door zijn betrokkenheid bij voetbalclub Willem II, de vermaarde zomerkermis en het plaatselijke carnaval. Als collegevoorzitter toonde hij zich een uitstekende teamleider, die zich bediende van veelvuldig vooroverleg om tegenstellingen op te heffen.

 

Stekelenburg vervulde naast zijn burgemeesterschap ook een groot aantal nevenfuncties, zowel op maatschappelijk terrein als in het bedrijfsleven. Dit kwam hem wel op de kritiek te staan dat hij te weinig tijd zou besteden aan het burgemeesterschap. 'Ik blijf door die nevenfuncties op de hoogte van wat er speelt in de maatschappij', luidde zijn verweer.

 

Begin 2003 werd bij Stekelenburg een ernstige ziekte geconstateerd. Over zijn ziekteproces was hij openhartig. Na een operatie leek hij hersteld, maar in maart 2003 keerde de ziekte. Stekelenburg bleef zo lang mogelijk werkzaam; op 1 juli begon hij aan zijn tweede burgemeesterstermijn. Zijn ziekte bemoeilijkte zijn werk echter steeds meer. Zijn overlijden, nog geen drie maanden later, op 61-jarige leeftijd, werd in zeer brede kring betreurd. Op de herdenkingsdienst voorafgaand aan zijn crematie, op 29 september 2003, waren meer dan duizend genodigden aanwezig, uit alle lagen van de bevolking. Omdat de St. Dionysiuskerk in Tilburg te klein was voor alle belangstellenden, was de dienst ook te volgen via een scherm in de plaatselijke schouwburg. Nog eens 115.000 kijkers volgden de herdenkingsdienst op televisie.

 

 

 

Ruud Vreeman

28-06-2004 -

 

Ruud Vreeman is de huidige burgemeester van Tilburg.

Hij is geboren te Zwolle op 31 december 1947.

Na de H.B.S. studeerde hij arbeids- en organisatiepsychologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Hij promoveerde in 1985 op technische wetenschappen in Delft. Hij was werkzaam als voorzitter van de vervoersbond FNV en was samen met Felix Rottenberg voorzitter van de PvdA. Hij heeft bijna drie jaar in de Tweede Kamer gezeten. Op 16 maart 1997 begon hij als burgemeester van Zaanstad. Hij was samen met Doekle Terpstra kandidaat voor het burgemeesterschap van Tilburg na het overlijden van Johan Stekelenburg.

Op 28 juni 2004 begon Ruud Vreeman in zijn nieuwe baan als burgemeester van Tilburg.

 

 

 

 

hoofdpagina lsa

vorige pagina