|
|
|
27-05-1809 - 15-06-1811
Op 17 april 1809 brengt koning Lodewijk Napoleon een bezoek aan Tilburg en logeert bij die gelegenheid op het kasteeltje van Martinus Cornelis van Dooren aan de Nieuwendijk. Martinus van Dooren is te Tilburg op 18 februari 1756 gedoopt als zoon van Cornelis van Dooren en Johanna Margaretha van Son. Op 19 mei 1783 trouwt hij met Adriana Josepha Dams. In 1783 richt Martinus, samen met zijn zwager Gerardus Gommarus Dams, de firma M.C. van Dooren & Co. op aan de Nieuwendijk tegenover de fabriek van Pieter Vreede. Hier stond ook het kasteeltje dat in 1730 was gebouwd door de Leidse lakenkoopman en drappenier Michiel van Bommel. In 1786 koopt Cornelis Verbunt het kasteeltje die het in 1800 voor 12.750 gulden verkoopt aan Martinus van Dooren. Van Dooren bouwt in 1798 een windvolmolen aan de Leij en introduceert in 1809 een door paardekracht aangedreven mechanische spinmachine. Koning Lodewijk Napoleon was blijkbaar zo onder de indruk van de wollenstoffennijverheid dat hij op 18 april 1809 stadsrechten aan Tilburg verstrekte. Bovendien bepaalde hij op 4 mei 1809 bij Koninklijk Besluit dat de regering van de stad, tot aan de reorganisatie van de gemeentebesturen, zou bestaan uit één burgemeester en twee wethouders. Hij benoemde zijn gastheer Martinus Cornelis van Dooren tot burgemeester en Adriaan van Gils en Mr. J.F.J. Baesten tot wethouders. Op 27 mei 1809 wordt Martinus van Dooren als burgemeester beëdigd. (Na de Franse inlijving in 1810 maire genoemd). Van Dooren oefent deze functie tot aan zijn dood op 15 juni 1811 uit, waarna het burgemeesterschap tijdelijk door zijn zwager Gereradus Gommerus Dams wordt waargenomen. Op 15 november 1811 wordt door de Franse keizer diens broer Willebrord Dams tot maire van Tilburg benoemd. Het bedrijf van Dooren & Dams wordt na de dood van Martinus van Dooren door zijn familie voortgezet. |
|
|
|
Willebrordus Antonius Dams 15-11-1811 - 18-06-1815
Willebrordus Antonius Dams wordt te Tilburg gedoopt op 24 november 1765 als zoon van Petrus Ludovicus Dams en Gerarda Hensen. Tot aan zijn benoeming tot burgemeester vervult Willebrordus tijdens de Bataafse Republiek en de Franse overheersing diverse functies. Op 21 juni 1795 wordt hij door de Tilburgse bevolking tot lid van de Municipaliteit (gemeentebestuur) gekozen. In 1796 werd hij door de Raad van Brabant vervolgd wegens verstoring van een kiesvergadering. Op 2 augustus 1797 werd hij gekozen tot plaatsvervangend afgevaardigde voor Tilburg in de Tweede Nationale Vergadering, die op 1 september 1797 bijeen kwam. Op 1 januari 1798 volgde zijn benoeming tot representant. Hij had zitting tot de omwenteling van 12 juni 1798. In 1803 is hij weer terug in Tilburg en volgt zijn benoeming door het Departementaal Bestuur van Braband tot Schout-civiel van Tilburg en Goirle. Hij bleef dit tot de instelling van het Vredegerecht in juni 1811 en werd toen waarnemend griffier, Bij keizerlijk decreet gedateerd St. Cloud 15 november 1811 werd hij benoemd tot maire van de stad als opvolger van zijn overleden zwager Martinus van Bommel. Hij werd geïnstalleerd op 1 februari 1812. Met de nederlaag van de Fransen bij Waterloo in 1815 was zijn politieke loopbaan voorlopig voorbij en ging hij zich weer volledig aan zijn fabriek wijden. Op 2 mei 1803 was Willebrordus Dams gehuwd met Cornelia Johanna Antonia Verbunt, hij is op 16 maart 1846 te Tilburg overleden. Willebrordus Dams werd opgevolgd door Johan Adriaan van Meurs. |
|
|
|
01-01-1816 - 31-12-1830
Johan Adriaan van Meurs wordt te Tilburg op 8 februari 1778 Nederlands Hervormd gedoopt als zoon van Johan Adriaan van Meurs en Catharina Weber. Hij wordt evenals zijn vader en grootvader notaris te Tilburg. In 1813 wordt hij te Tilburg benoemd tot adjoint-maire (hulpburgemeester) en volgt hij zijn vader bij diens overlijden op als notaris. Met ingang van 1 januari 1816 wordt hij door koning Willem I benoemd tot president-burgemeester. Het gemeentebestuur bestond van 1816-1824 uit een college van drie burgemeesters, die om beurten telkens voor een jaar president waren. Van Meurs is dan achtereenvolgens van 1816-1817 president-burgemeester, van 1818-1819 burgemeester, in 1819 president-burgemeester en van 1823-1824 burgemeester. In 1824 komt er verandering in de status van het gemeentebestuur. Voortaan zal die bestaan uit een burgemeester en twee wethouders. Tot burgemeester wordt op 23 februari 1824 bij Koninklijk Besluit benoemd J.A. van Meurs. Hij werd eervol ontslagen per 31 december 1830 maar bleef toen nog lid van de gemeenteraad. Van Meurs was niet gehuwd en is te Tilburg op 13 juli 1852 overleden. Voor Johan Adriaan van Meurs passeerde op 20 augustus 1833 ook de koopakte van een woning van Johannes Baptist Embregts. |
|
|
|
07-04-1831 - 01-01-1837
Adrianus Antonius Vissers wordt te Vught in 1770 geboren en vestigt zich omstreeks 1800 als geneesheer te Tilburg. Met ingang van 1 januari 1818 wordt hij bij Koninklijk Besluit benoemd tot burgemeester als opvolger van P.C. Brouwers. Hij was achtereenvolgens burgemeester in 1818 en 1819, president-burgemeester in 1820, burgemeester in 1821 en weer president-burgemeester van 1822 tot 15 maart 1824. Het college van burgemeesteren werd toen omgezet in het college van burgemeester en wethouders, en op laatst genoemde datum werd Vissers tot wethouder benoemd. Op 1 april 1831 werd Adrianus Antonius Vissers burgemeester als opvolger van J.A. van Meurs, nadat J.M. Diepen een benoeming als zodanig niet had aanvaard. Onder het bestuur van Adrianus Vissers werd in 1835 begonnen met de bestrating van de Goirkestraat, Gasthuisstraat, Noordstraat en Nieuwen Dijk. Hij werd op 1 januari 1837 opgevolgd door notaris Beckers. Adrianus Antonius Vissers is op 15 januari 1838 te Tilburg overleden. |
|
|
|
Hendrik Bernard Beckers 01-01-1837 - 24-08-1849
Hendrik Bernard Beckers werd te Tilburg op 13 october 1798 gedoopt als zoon van Peter Peter Beckers en Johanna Maria Casteleyns. In 1838 werd hij als notaris te Tilburg aangesteld. Bij Koninklijk Besluit van 24 december 1836 werd hij met ingang van 1 januari 1837 tot burgemeester benoemd. Hij zou aftreden per 1 januari 1849 maar werd bij K.B. van 19 januari 1849 herbenoemd. Wegens zijn tanende gezondheid verzocht hij de koning echter om ontslag hetgeen hem op 24 augustus 1849 verleend werd. Na zijn ontslag bleef hij tot 28 october 1851 als wethouder fungeren in plaats van de inmiddels tot burgemeester benoemde wethouder F. Suys. Onder het bestuur van Hendrik Beckers werd het nieuwe stadhuis op de Markt gebouwd dat in 1849 in gebruik werd genomen. Hendrik Bernard Beckers is op 2 december 1852 te Tilburg overleden. Hij werd opgevolgd door Franciscus Suys. |
|
|
|
20-08-1849 - 01-01-1869
Franciscus Suys wordt 6 september 1798 te Tilburg geboren als zoon van de oud-burgemeester en wethouder Jan Francis Suys en Catharina Boex. Hij was net als zijn vader koopman van beroep en behoorde tot de meest welgestelde inwoners van Tilburg. Hij is tweemaal gehuwd geweest, in 1824 met Maria Elisabeth Dams en vervolgens in 1830 met Adriana Sophia Bronsgeest. Zijn politieke loopbaan begon toen hij in 1829 door de gemeenteraad gekozen werd als lid van de Provinciale Staten, hij bleef dit tot en met 1868. Intussen was hij regent van het in 1827 opgerichte ziekengasthuis, kerkmeester van de parochie 't Heike, president van het Armbestuur, in 1830 lid van het kiescollege, in 1831 lid van de gemeenteraad, in 1841 wethouder en in 1849 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Tilburg bij Koninklijk Besluit van 20 augustus 1849. Onder zijn bestuur werd Tilburg uit zijn isolement verlost door de aanleg van de spoorlijn Breda-Boxtel en Turnhout-Tilburg. Op eigen verzoek werd hem op 1 januari 1869 eervol ontslag verleend waarna hij kort daarna op 10 januari 1870 is overleden. Hij werd opgevolgd door Johannes Franciscus Jansen. |
|
|
|
10-01-1869 - 09-11-1901
Johannes Franciscus Jansen werd geboren te Drunen op 4 juni 1825 als zoon van Hendrik Jansen en Dirkje van den Hessenberg. Hoewel van oorsprong bakker werd hij in 1851 op jeudige leeftijd lid van de gemeenteraad van Drunen en een paar maanden later benoemd tot secretaris en was er ook nog burgemeester. Op 10 januari 1869 wordt hij bij Koninklijk Besluit benoemd tot burgemeester van Tilburg. Hij heeft vele verdiensten voor de stad gehad zoals de oprichting van de gemeentelijke gasfabriek, de boter- en de vismarkt, de tekenschool, het Sint Rochusgesticht, de drinkwaterleiding, het Wilhelminapark, de spoorlijn Tilburg-Nijmegen, de tramweg Tilburg-Waalwijk en het rioolstelsel. Zijn bijzondere aandacht ging uit naar de gedenknaald van koning Willem II in de tuin van het paleis. Verder had hij een groot aandeel in de voorbereidende werkzaamheden voor het later tot stand gekomen Wilhelminakanaal. Behalve burgemeester van Tilburg was hij ook nog lid van de Provinciale Staten, lid van de Tweede kamer der Staten-Generaal en lid van het kerkbestuur van de parochie Noordhoek. Burgemeester Jansen is tweemaal gehuwd geweest, de eerste keer met Anna Maria de Vaan en de tweede keer met Nanette Virginie Querelle. Hij is te Tilburg overleden op 9 november 1901. In 1904 werd ter zijner nagedachtenis op de Heuvel een gedenkteken opgericht in de vorm van een monumentale lantaarn met drinkfontein. In 1924 werd het monument verplaatst naar de markt voor het stadhuis en nu staat het achter de Heikese kerk bij het gemeentehuis. Johannes Franciscus Jansen werd opgevolgd door W.P.A. Mutsaers. |
|
|
|
23-12-1901 - 12-02-1907
Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers werd te Tilburg geboren op 3 augustus 1833 als zoon van Bernardus Jacobus Mutsaers en Elisabeth Boex. Hij werd in 1868 gekozen tot lid van Provinciale Staten en maakte van 1874-1901 deel uit van Gedeputeerde Staten. Vanaf 1889 was hij bovendien lid van de Tweede kamer der Staten-Generaal achtereenvolgens voor de districten Eindhoven en Waalwijk. Op 3 december 1901 werd hij bij Koninklijk Besluit benoemd tot burgemeester van Tilburg en werd op 23 december 1901 geïnstalleerd. Mutsaers was bij zijn benoeming al 68 jaar en hij zei in zijn eerste toespraak tot de gemeenteraad dan ook dat alleen zijn liefde voor Tilburg hem ertoe had gebracht deze functie te aanvaarden. Om zijn krachten volledig aan de stad te kunnen geven stelde hij zich in 1905 niet meer herkiesbaar voor de Tweede Kamer. Hij is te Tilburg overleden op 12 februari 1907. Hij werd opgevolgd door Godefridus Raupp. |
|
|
|
|
|
|
|
|